Op het moment dat je een paard aan het longeren bent, kunnen we uitstekend communiceren door middel van lichaamstaal. Een taal die een paard goed begrijpt mits deze duidelijk wordt uitgevoerd. Een belangrijk aspect in het werken vanaf de grond zijn de leidende en drijvende cirkel van het paard. Wat zijn het en hoe kun je deze inzetten in jouw voordeel?

Leidende & drijvende cirkel

Wanneer we werken vanaf de grond met een paard hebben we te maken met de zogenoemde leidende en drijvende cirkel.
Wanneer je positie in de leidende cirkel (rood) is, kun je het paard sturen en afremmen. Wanneer je in de drijvende cirkel (blauw) bent, drijf je het paard voorwaarts.

Deze cirkels verklaren waarom een paard soms probeert om te draaien of waarom je veel moeite moet doen om het paard in beweging te houden wanneer je dus kennelijk in het remmende gebied loopt.

In het werken vanaf de grond is het belangrijk om je bewust te zijn van deze cirkels en je positie en plek van je hulpgeving daarop af te stemmen. Het zweepje voor de borst omhoog brengen heeft een ander effect dan wanneer je het zweepje optilt achter het paard. Het zweepje heeft dus niet een specifieke betekenis, maar de plek waar je iets met een zweepje vraagt wel.

Drijvende cirkel = blauw
Leidende cirkel = rood

Bij dit paard zijn de cirkels ongeveer even groot. Dit paard is even gevoelig voor de voorwaartse- en de remmende hulpen. De cirkels komen samen in het midden van het paard.

De grootte van deze cirkels zijn verschillend per paard. Het ene paard heeft een grote en gevoelige drijvende cirkel maar is minder makkelijk af te remmen en heeft dus een minder gevoelige leidende cirkel en vice versa. Dit noemen we ook wel; drijvend gevoelig, of leidend gevoelig.

Dit paard is leidend gevoelig; hij heeft een grotere leidende cirkel dan drijvende cirkel. Dit paard is moeilijker vooruit te krijgen omdat je al snel in het remmende gebied (rood) staat.

Je zal bij dit paard jezelf relatief verder naar achteren moeten positioneren om niet remmend in te werken.

positioneer je jezelf bij dit paard in het midden, zal je (onnodig) harder moeten werken om het paard aan de gang te houden dan wanneer je relatief iets verder naar achteren bent.


Dit paard is drijvend gevoelig. Deze paarden zullen makkelijker voorwaarts gaan tijdens het grondwerken maar zijn juist wat moeilijker af te remmen.

Om voor dit paard op een neutraal punt te staan (ofwel; dat hij niet het gevoel heeft harder te moeten) zal je jezelf relatief iets verder naar voren moeten plaatsen. Het is echter wel uitdagend om niet zo ver naar voren te gaan dat het paard het idee heeft om te moeten keren. Je wilt dus echt op de grens tussen leidend en drijvend werken.

Met trainen willen we proberen beide cirkels even gevoelig te krijgen waardoor de cirkels samenkomen op de plek waar normaal de ruiter zou zitten (zie bovenste afbeelding op deze pagina). Zo kun je met alleen al je positie aangeven of je harder, zachter of van richting wil veranderen puur door deze in te zetten in het leidende- of drijvende gebied.

Als je hiermee bewust aan de slag wilt gaan is het belangrijk dat wanneer je de positie gaat aanpassen je niet de afstand tussen jou en het paard vergroot of verkleint. De afstand vergroten haalt de druk (jijzelf dus) van het paard weg waardoor het paard eerder zal afremmen. Wanneer je de afstand per ongeluk verkleint, vergroot je de druk (jijzelf) waardoor het paard eerder voorwaarts zal gaan. Probeer dus de afstand tussen jou en je paard hierin gelijkmatig te houden.

Heb jij een duidelijk leidend- of drijvend gevoelig paard en hulp nodig bij het aanpassen van je positie of loop je vast in het trainen naar meer gelijkmatigheid van de gevoeligheid in deze cirkels? Zoek hiervoor passende begeleiding om ruis in jullie grondwerk te voorkomen en blijf in ieder geval altijd voor de zekerheid buiten trapbereik voor het geval het paard iets aangeeft d.m.v. zijn achterbenen.

Comments are closed

Categorieën